2Clinic - Basketbal

Bijgewerkt op: 2 sep.



Spelregels traditioneel basketbal 5 vs 5:

https://d26urwx8o7j8vg.cloudfront.net/documents/FIBAOfficialBasketballRules2020_YellowTracking_v1.1-NL.pdf


Spelregels basketbal 3 vs 3:

  1. Er wordt met drie spelers per team in het veld gespeeld in plaats van vijf.

  2. Er wordt gespeeld met één basket op een half basketbalveld.

  3. Er is geen driepunterlijn, maar een tweepunterlijn. Buiten de lijn scoor je twee punten en binnen de lijn één punt.

  4. Een wedstrijd duurt 10 minuten of eindigt wanneer een team 21 punten heeft gescoord. Worden de 21 punten niet binnen 10 minuten gehaald, dan wint het team met de meeste punten.

  5. Spelers hebben 12 seconden de tijd om te scoren of een scorings poging te doen in plaats van 24 seconden. Dit noemen we de shotklok.

  6. Er wordt gespeeld met bal die het formaat van een vrouwenbal heeft en het gewicht van een mannenbal.

  7. In tegenstelling tot 5 tegen 5 basketbal kent 3X3 alleen teamfouten en geen persoonlijke fouten.

Instructies pass-technieken:

● Chest pass (korte afstanden):

- Plaats de handen aan de zijkant van de bal en draag de bal op borsthoogte

- Stap met 1 voet uit naar voren

- Duw de bal weg richten de andere deelnemers en klap op het laatste moment de polsen naar de buitenzijde toe

- De bal moet uit de handen zijn voordat het achterste been van de grond komt

● Bounce pass (korte afstanden):

- Plaats de handen aan de zijkant van de bal en draag de bal op borsthoogte

- Stap met 1 voet uit naar voren in de speelrichting

- Duw de bal weg richting de andere deelnemers en klap op het laatste moment de polsen naar de buitenzijde toe.

- Mik de bal richting de grond zodat deze eerst een stuit maakt voordat hij de andere deelnemer bereikt.

- De bal moet uit de handen zijn voordat het achterste been van de grond komt

● Overhead pass (langere afstanden/over een tegenstander heen):

- Houd de bal met 2 handen boven je hoofd

- Strek de armen en laat de polsen omklappen

- Wijs de bal na tot de ander hem vangt


Aandachtspunten lay-up en setshot.


● Lay up:

- Aan de uiteindelijke doelbeweging gaat een twee tellenritme (2TR) vooraf.

- Na de laatste stuit wordt in de richting van de basket eerst de rechter en daarna de linkervoet geplaatst.

- De richting en de lengte van de passen zijn afhankelijk van: voorwaartse snelheid en afstand ten opzichte van de basket.

- Tijdens de gehele beweging wordt de bal goed vastgehouden (voor de borst) en beschermd.

- De ogen zijn gericht op de ring en het kleine rechthoekje op het bord.

- Door het plaatsen van het linkerbeen (is afzetbeen) en het absorberen van de snelheid wordt de voorwaartse impuls afgeremd en omgezet in verticale sprongkracht.

- De sprong wordt ondersteund door de inzet van een gebogen rechterknie.

- Door een goede timing van af- en inzet is de kans op een goede balans optimaal.

- Tijdens deze handeling worden de armen maximaal gestrekt en wordt de linkerhand (= stuurhand) onder of aan de linkerkant van de bal geplaatst, terwijl de andere hand (= schothand) naar de achter/onderkant verschuift.

- De vingers zijn gespreid over het oppervlak van de bal.

- Op het hoogste punt van de sprong rolt de bal van de vingers van de schothand en volgt de polsklap (zwanenhals).

- De landing vindt, met gebogen knieën en heupen, plaats onder de basket.

● Set-shot:

- Lichte schredestand, beide voeten staan recht naar het doel.

- De bal wordt met de vingertoppen vastgehouden aan de zij/onder/achterkant van de bal.

- De elleboog van de schotarm wordt zoveel mogelijk onder de bal gebracht en wijst naar de ring


Basketbal; les 1

Leeftijd: 7 tot en met 12 jaar.

Doelstelling van de les

De deelnemers kunnen aan het einde van de clinic een bal op verschillende manier naar elkaar overspelen. Materialen

1 basketbal per deelnemer

1 pion per deelnemer

2 baskets

Warming-up spel

Dribbeltikkertje: De deelnemers in twee groepen verdeeld, waarbij elke groep in een veld gaat staan. Alle leerlingen hebben een bal. Beide groepen hebben twee tikkers in het veld. Het doel voor de tikkers is om de rest van de leerlingen zo snel mogelijk af te tikken. De rest van de leerlingen probeert natuurlijk zo lang mogelijk niet getikt te worden. Het spel is afgelopen wanneer alle leerlingen zijn getikt. Na maximaal 4 minuten worden er nieuwe tikkers gekozen.

Differentiaties

● Een extra tikker in het veld brengen.

● Een wedstrijdelement creëren door aan te geven dat het tweetal dat alle leerlingen het snelst heeft getikt gewonnen heeft.

● De tikkers zonder bal laten tikken, waardoor het makkelijker voor hen wordt.

● Het veld groter of kleiner maken om het moeilijker of makkelijker te maken voor de tikkers.

● Er zijn geen tikkers. Alle leerlingen hebben een bal en proberen al dribbelend elkaars bal weg te tikken. Wanneer jouw bal wordt afgepakt ben je af.


Plattegrond



Leskern (uitleg activiteit)

- Stap 1

De leerlingen staan in tweetallen ongeveer 6 meter tegenover elkaar waarbij één leerling een bal heeft. De bal wordt naar elkaar toe gepasst, steeds met een andere pass. De opbouw van het passen is:

- Chestpass

- Bounce pass

- Overhead pass



- Stap 2 Kringbal De leerlingen worden verdeeld in twee teams. Er wordt een grote cirkel gemaakt waarbij de leerlingen steeds als team om de beurt gaan staan. Beide teams hebben een bal die door twee leerlingen die tegenover elkaar staan worden vastgehouden. Bij het startsein wordt de bal rond gepasst met de pass die van tevoren is aangegeven. Het doel is om als team het andere team met de bal in te halen. Wanneer je als team het andere team inhaalt, heb je als team gewonnen.

Regels en aandachtspunten

● Regels:

- Houdt voldoende afstand tot degene naast je

- Houdt je aan de commando’s van de instructeur

- Slingerworp of bovenhandse strekworp = minuut aan de kant

● Aandachtspunten:

- Probeer je voeten op schouderbreedte te plaatsen en je knieën licht gebogen te houden.

- Maak met je vingers een driehoekje en houd je duimen achter de bal. Zo glipt de bal moeilijker tussen je handen door.

- Wijs na het passen beide handpalmen naar buiten.

- Probeer de bal vanaf de navel te passen en hem te laten stuiteren op ongeveer 2/3 van de passafstand (bounce pass).

- Klap je polsen krachtig bij het passen. Het is geen voetbalinworp (overhead pass).


Differentiatie en plattegrond

- De leerlingen in drietallen naar elkaar over laten passen.

- Wanneer er bij kringbal wordt gefloten draait de richting van het passen. Zo kan je na een voorsprong ineens achter komen te staan.

- De leerlingen moeten zo snel mogelijk twintig keer naar elkaar overpassen. Het tweetal dat dit het snelst doet heeft gewonnen.




Stap 1. Stap 2.

Eindspel (uitleg activiteit)

Basketbal met overtalsituatie: Er wordt 5 vs 3 gespeeld op 1 basket. De aanvallers krijgen 12 seconden de tijd om tot scoren of een scoringskans te komen. Als dit lukt, blijven de verdedigers staan.Lukt dit niet dan wordt er doorgedraaid en wisselen 3 verdedigers met aanvallers of deelnemers die staan te wachten langs de kant.

plattegrond en differentiaties

Differentiaties:

- De verhouding aanvallers/verdedigers kleiner maken (moeilijker) of groter (makkelijker)

- De tijd tot scoren kleiner (moeilijker )of groter (makkelijker) maken.

- Spelen met second dribble.

- Aanvallers 5 kansen geven en bijhouden hoe vaak er gescoord wordt (wedstrijd)



Basketbal; les 2

Doelstelling van de les

Aan het einde van de les kunnen de deelnemers de manieren van scoren toepassen in een wedstrijd 3 vs 3

Materialen

1 basketbal per leerling

Lintjes

Minimaal 2 baskets

Minimaal 7 pionnen